Zelf aan de slag met druppelfotografie!

Blog
Soms zie ik van die super gave druppelfoto´s voorbij komen op social media. Maar ik dacht altijd dat je daar minimaal een studio voor nodig had. Een paar maanden geleden ging ik op YouTube naar filmpjes zoeken waarin ze uitleg gaven hoe zo´n druppelfoto wordt gemaakt. Al snel kwam ik erachter dat je veel dure apparatuur nodig had (wat ik al dacht). En tja… om deze duren apparatuur aan te schaffen om een keer een druppelfoto te maken is natuurlijk overdreven. Dus ben ik verder gaan zoeken en kwam ik tot de conclusie dat je ook zonder dure apparatuur een foto kan maken. Dit kost wel wat meer tijd omdat je zelf moet gaan uitzoeken wanneer je een opname moet afdrukken. Maar als het dan lukt heb je het beeld wel helemaal zelf getimed wat al een kunst op zich is. En waar je dan vet trots op mag zijn. Hieronder beschrijf ik hoe je zelf een druppelfoto kan maken. Als er iets niet duidelijk is, je komt ergens niet uit of je hebt hierdoor een super gave foto gemaakt dan zie ik dit graag terug in de reacties.
Succes!

Wat is druppelfotografie?

Een druppel kan op verschillende manieren worden gefotografeerd. Je hebt een druppel die ergens aan hangt, dus een bijna vallende druppel, een druppel die valt en een druppel die neerkomt. Wil je deze druppel ‘’bevriezen’’ dus scherp op de foto krijgen dan heb je daar verschillende technieken voor. Hieronder ga ik uitleg geven hoe je een vallende en neerkomende druppel zou kunnen fotograferen.

Wat heb je allemaal nodig?
o Camera die handmatig kan worden ingesteld
o Statief
o Externe flitser (rapportage flitser)
o Druppelaar (zakje + touwtje)
o Bakje
o Vloeistof (bijv. water of melk)
o Schaaltje
o Achtergrond (bijv. gekleurd velletje papier)
o Eventueel een statief

Wat is de juiste opstelling?
Voor druppelfotografie heb je niet veel ruimte nodig. Het bakje waar de druppels in vallen zou je op een tafel kunnen zetten zodat je op een fijne hoogte aan het werk bent. Zorg ervoor dat er onder het bakje waar de druppels in vallen een schaaltje/bord staat. Hierdoor heb je geen last van de vloeistof die over de rand van het bakje valt. Recht boven het bakje komt een (boterham)zakje te hangen. Dit zakje is gevuld met een vloeistof. Zodra de opstelling gereed is en de camera goed staat ingesteld kun je met een scherpe naald een klein gaatje prikken in het zakje. Zorg ervoor dat je dit voorzichtig doet. Liever een te klein gaatje die je nog wat groter moet maken dan meteen een groot gat waardoor de druppels te snel vallen en je opnieuw kunt beginnen.
Voor de achtergrond kun je verschillende kleuren en patronen gebruiken. Een gekleurd A4tje is al voldoende. Zorg dat het A4tje ergens tegenaan kan staan en je hebt een mooie achtergrond. Lukt het al aardig om de druppels op de foto te krijgen dan kan je met de achtergrond gaan spelen.
Naast het bakje waar de druppels in komen te vallen komt de externe flitser te staan. Deze is gericht op de druppel.
Als laatste en het belangrijkste; de camera! Je kunt er voor kiezen om de camera in de hand te houden, maar fijner is om hem op een statief te zetten. Zo blijft de afstand tussen de druppel en de camera continu hetzelfde en hoef je niet bij elke afdruk de instellingen aan te passen.

Welke instellingen kun je gebruiken:
ISO:
Gebruik een zo laag mogelijke ISO waarde. Bijvoorbeeld 100. Hoe hoger je ISO waarde hoe lichter de afdrukken maar des te meer ruis.
Sluitertijd:
Veel mensen denken dat bij het bevriezen van een onderwerp (bij deze de druppel) een hele snelle sluitertijd moet worden gebruikt. En ja, dat klopt! Als je geen flitser gebruikt. Zodra je met een flitser aan de slag gaat dan kan je maar tot een bepaalde snelheid qua sluitertijd gaan (ongeveer 1/160) omdat een deel van je foto anders zwart wordt. Dan is de sluiter namelijk alweer aan het sluiten en komt dat op je foto te staan. De flitser zorgt ervoor dat de druppel in een erg korte tijd goed belicht wordt waardoor de druppel scherp wordt afgedrukt.
Diafragma:
Afhankelijk van de lens die je gebruikt stel je het diafragma in rond de F18/F22.